De Nederlandse doctor W. ten Rhyne van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) deed als eerste verslag over acupunctuur. Hij omschreef het met het woord “Acupunctura” in 1683 in zijn “Dissertatio de Arthtride; Mantissa Schematica; De Acupunctura; et Orationes Tres”. Hierin gaf hij veel informatie over naaldtechnieken, moxa en polsdiagnostiek.

 

In de 17e eeuw kwam in Europa juist de microscopische anatomie, fysiologie en daarmee een fundamentele gedachteverandering met betrekking tot functioneren van het lichaam tot stand. Begrippen als Qi, 5 elementen en polsdiagnostiek waarmee ten Rhyne uit China kwam werden als niet interessant afgedaan. In de jaren daarna verschenen er diverse publicaties over acupunctuur, hoewel het zelden werd toegepast.

Begin 19e eeuw was acupunctuur in Frankrijk tijdelijk zeer populair, maar het verdween even snel als dat het opkwam. De acupunctuur werd vaak in een eigen (Franse) visie geplaatst. Het principe van acupunctuur als onderdeel van Traditionele Chinese Geneeswijze werd niet gerespecteerd. Men zag acupunctuurpunten als “locus dolendi” (pijnpunten), waarin soms urenlang veel naalden werden geplaatst.

Het is opvallend dat de Jezuïeten, die in China als missionaris werkten, de oorspronkelijke theorie achter de Traditionele Chinese Geneeswijze beschreven.

Pas na 1930 is acupunctuur weer vanuit Frankrijk verspreid over Europa, waarbij de toepassing veelal plaatsvindt op een traditionele Chinese manier.

Momenteel zijn er ongeveer 1200 goed opgeleide acupuncturisten in Nederland werkzaam.