Japanse acupunctuur onderscheidt zich van de Chinese acupunctuur vooral in zijn subtiliteit door:

  • gebruik van dunnere, anders geslepen naalden (0,18mm);
  • vooral oppervlakkig stimuleren van de acupunctuurpunten;
  • lokaliseren van de acupunctuurpunten door palpatie (tastend onderzoeken)
  • toepassen van Moxa op een speciale manier

 

Kiiko Matsumoto

Vanaf de Edo periode (1602 – 1868) werd Japanse acupunctuur voornamelijk door blinden toegepast. Daardoor werd de palpatie techniek tot een buitengewoon niveau verfijnd. In de stijl van Kiiko Matsumoto is deze techniek de basis van diagnostiek en behandeling.
Kiiko Matsumoto is geïnspireerd door de blinde acupuncturist Master Nagano. Kenmerkend is haar interpretatie van reflexen die optreden bij het palperen van bepaalde acupunctuurpunten.

Voorbeeld

Je palpeert punt A en ergens anders op het lichaam veranderen andere acupunctuurpunten in spanning of pijngevoeligheid.  Via deze andere punten start de behandeling. Na het plaatsen van de naalden zoek je naar de volgende veranderingen in het energiesysteem. Dit geeft informatie over de acupunctuurpunten waar je de volgende naalden gaat plaatsen. Zo is het een constante cirkel van palperen – plaatsen van naalden – palperen enz.
De basisgedachte is dat het lichaam via de palpatie vertelt wat er therapeutisch moet gebeuren.


De moxa methode is het direct plaatsen van een stukje moxa (formaat rijstkorrel) op de huid. Deze steek je aan en vervang je voordat het vuur bijna bij de huid is.